Fase A is de eerste fase binnen het fasensysteem. Een uitzendkracht werkt in fase A zolang hij of zij nog niet in meer dan 52 weken voor dezelfde uitzendonderneming heeft gewerkt. Alleen gewerkte weken en doorbetaalde vakantieweken tellen mee.
Fase A biedt de meeste flexibiliteit. In deze fase mag een onbeperkt aantal uitzendovereenkomsten worden gesloten. Ook mag het uitzendbeding worden toegepast en kan uitsluiting van loondoorbetaling worden overeengekomen.
Dat betekent dat de uitzendkracht in fase A alleen recht heeft op loon over de uren waarop daadwerkelijk wordt gewerkt, als uitsluiting van loondoorbetaling rechtsgeldig is overeengekomen. De cao omschrijft dit als het principe: geen werk, geen loon.
Het uitzendbeding in fase A
Het uitzendbeding is een afspraak tussen de uitzendonderneming en de uitzendkracht. Deze afspraak houdt in dat de uitzendovereenkomst automatisch eindigt wanneer de opdracht bij de opdrachtgever eindigt.
In de praktijk geeft dit intermediairs en opdrachtgevers flexibiliteit. Tegelijkertijd is het belangrijk om het uitzendbeding correct vast te leggen en goed te communiceren richting de uitzendkracht.
Let op: de tekst op de huidige stagingpagina noemt nog dat ziekte van de uitzendkracht “binnenkort” niet meer leidt tot beëindiging van de uitzendovereenkomst. Die passage moet worden verwijderd, omdat dit geen toekomstige wijziging meer is en in de huidige context verouderd leest.
Onderbreking in fase A
In de huidige cao geldt dat de telling in fase A doorgaat zolang er geen onderbreking is van meer dan zes maanden tussen twee uitzendovereenkomsten. Is die onderbreking langer dan zes maanden, dan begint de telling van fase A opnieuw.
De Cao voor Uitzendkrachten 2026–2028 bevat daarnaast bepalingen die aansluiten op toekomstige wijzigingen via de Wet meer zekerheid flexwerkers. In de cao is opgenomen dat na wijziging van artikel 7:691 en artikel 7:668a BW door die wet een langere tussenpoos van 60 maanden van toepassing wordt.